Toen de eerste noten begonnen, in een ruimte waar de grote groep mensen eigenlijk maar net in paste, greep het me ineens naar de keel. Hier stonden we dan. Tussen jassen en tassen en cello koffers en schoolstoelen, de meeste aanwezigen volstrekt onbekenden voor elkaar. Hier stonden we dan, een geïmproviseerd orkest en een bijeengeraapte groep mensen die zich had aangemeld ter support van de orkestleden, mochten dingen tijdens het optreden uit de hand lopen. Hier stond ik dan, te luisteren naar een repetitie van een stuk dat meer dan twee eeuwen geleden gecomponeerd was. Ineens overspoelde het complete absurdisme van het moment me. Wat we hier stonden te doen. Waarom we het stonden te doen. Dat we het überhaupt moesten doen. Ik dacht aan de componist van het stuk. Zijn leven. De tijd waarin hij leefde. Hoe hij toch nooit zou kunnen hebben voorzien dat zijn symfonie meer dan twee eeuwen later zou worden ingezet voor dit doel. 

Scroll to Top